Voorbeeldrapport
Zelfonderzoek van Sophie de Vries
Onder meer over dominantie (d) en invloed (i)
Wie je bent in één pagina
De kern van wat er uit je antwoorden komt.
Waarom zie ik dit?
Samengesteld uit de dimensies die het verst van het midden liggen en waar je antwoorden het meest eenduidig waren.
Dit is geen oordeel over Sophie de Vries en geen vaststelling van wie je bent. Het is een samenvatting van patronen die uit je antwoorden naar voren komen, met de kanttekeningen die daarbij horen. Lees het als het begin van een gesprek met jezelf.
Je antwoorden wijzen erop dat je liever ruimte geeft dan de kar trekt.
Er is een patroon zichtbaar waarin je liever op inhoud dan op sfeer stuurt.
Je antwoorden laten consistent zien dat regels en afspraken minder zwaar weegt dan andere dingen die je belangrijk vindt.
Er is een patroon zichtbaar waarin plezier minder zwaar weegt dan andere dingen die je belangrijk vindt.
Uit je antwoorden komt duidelijk naar voren dat ordenen een sterk signaal is: meerdere onafhankelijke aanwijzingen wijzen dezelfde kant op.
Jouw kernwaarden
Wat bij jou zwaarder weegt als er iets moet wijken.
Waarom zie ik dit?
Gebaseerd op keuzevragen, MaxDiff-sets, een ranking en vier situaties. Het referentiekader is de verfijnde waardentheorie van Schwartz (2012).
Waarden zijn hier niet gemeten door te vragen wat je belangrijk vindt, maar door je steeds te laten kiezen tussen twee dingen die allebei goed zijn. Wat overblijft als er iets moet wijken, is bruikbaarder dan een lijstje mooie woorden.
Je waardenkompas
Relatieve positie van tien waarden ten opzichte van elkaar. Hoger betekent dat deze waarde het bij jou vaker wint van een andere, niet dat je er meer van hebt dan andere mensen.
Toon deze grafiek als tekst
- Zelfbeschikking
- 66 van 100
- Zekerheid
- 23 van 100
- Traditie
- 35 van 100
- Prestatie
- 46 van 100
- Rechtvaardigheid breed
- 65 van 100
- Afstemming
- 41 van 100
- Plezier
- 17 van 100
- Zorgzaamheid
- 58 van 100
- Stimulatie
- 32 van 100
- Invloed
- 43 van 100
Je antwoorden laten consistent zien dat zelfbeschikking bij jou zwaar weegt, ook als dat je iets kost.
Je antwoorden laten consistent zien dat rechtvaardigheid breed bij jou zwaar weegt, ook als dat je iets kost.
Je antwoorden laten consistent zien dat zorgzaamheid meespeelt zonder dat het je keuzes bepaalt.
Wat lager uitkwam is minstens zo informatief: plezier en zekerheid legde het in jouw keuzes vaker af. Dat betekent niet dat het je niets zegt — het betekent dat het bij jou wijkt als het moet.
Waar je waarden botsen
Deze paren staan in het model van Schwartz tegenover elkaar. Bij jou scoren beide kanten hoog, en dat is waar keuzes wringen.
Presteren tegenover zorgen voor de mensen om je heen. Spanning: 60 van 100.
Invloed willen hebben tegenover gelijkwaardigheid voor iedereen. Spanning: 39 van 100.
Toon deze grafiek als tekst
- Prestatie ↔ Zorgzaamheid
- 46 tegenover 58; spanning 60 van 100. Presteren tegenover zorgen voor de mensen om je heen.
- Invloed ↔ Rechtvaardigheid breed
- 43 tegenover 65; spanning 39 van 100. Invloed willen hebben tegenover gelijkwaardigheid voor iedereen.
- Wanneer koos je voor het laatst prestatie boven zorgzaamheid, en wat kostte dat?
- Wanneer koos je voor het laatst invloed boven rechtvaardigheid breed, en wat kostte dat?
Jouw morele kompas
Welke afweging bij jou voorgaat als principes botsen.
Waarom zie ik dit?
Gebaseerd op acht dilemma’s, twee keuzevragen, twee schuifschalen en vier uitspraken.
Waar je op terugvalt
Relatief gewicht van acht overwegingen in de dilemma’s die je hebt gekregen.
Toon deze grafiek als tekst
- Rechtvaardigheid
- 60 relatief gewicht (marge ±11)
- Loyaliteit
- 54 relatief gewicht (marge ±11)
- Zorg voor betrokkenen
- 51 relatief gewicht (marge ±10)
- Moed
- 51 relatief gewicht (marge ±11)
- Autonomie
- 48 relatief gewicht (marge ±11)
- Waarheid
- 36 relatief gewicht (marge ±10)
- Gevolgen
- 28 relatief gewicht (marge ±11)
- Regels en afspraken
- 13 relatief gewicht (marge ±11)
Er is een patroon zichtbaar waarin je bij een lastige keuze het eerst kijkt naar wat eerlijk is.
Waar het voor jou het meest gaat schuren, is de combinatie van rechtvaardigheid en gevolgen. In situaties waarin die twee tegen elkaar in gaan, is de kans het grootst dat je achteraf twijfelt aan je eigen keuze.
- Wanneer heb je voor het laatst iets gedaan dat je zelf niet helemaal juist vond, en wat maakte dat je het toch deed?
- Welke grens ken je van jezelf die anderen niet zouden vermoeden?
Jouw natuurlijke talenten
Waar meerdere signalen dezelfde kant op wijzen.
Waarom zie ik dit?
Per thema zijn vier onafhankelijke signalen gecombineerd: snelheid, energie, waar anderen je voor opzoeken en aanwijsbaar resultaat.
Iets leuk vinden is geen talent. Voor elk thema hieronder zijn vier losse signalen bekeken: pak je het sneller op dan anderen, geeft het je energie, komen mensen ervoor naar je toe, en is er iets dat je kunt aanwijzen. Pas als er meerdere samenkomen, staat het hier als talenthypothese.
Talentsignalen
Gecombineerde signaalsterkte per thema. De sterkte zegt iets over hoeveel aanwijzingen dezelfde kant op wijzen, niet over hoe goed je ergens in bent vergeleken met anderen.
Toon deze grafiek als tekst
- Ordenen
- 93 signaalsterkte — 4/4 signalen
- Afmaken
- 86 signaalsterkte — 4/4 signalen
- Begeleiden
- 66 signaalsterkte — 3/4 signalen
- Doorgronden
- 61 signaalsterkte — 3/4 signalen
- Vakmanschap
- 41 signaalsterkte — 2/4 signalen
- Verbinden
- 34 signaalsterkte — 1/4 signalen
- Leren
- 34 signaalsterkte — 1/4 signalen
- Rust houden
- 28 signaalsterkte — 0/4 signalen
- Bedenken
- 28 signaalsterkte — 0/4 signalen
- Overtuigen
- 13 signaalsterkte — 0/4 signalen
Je antwoorden laten consistent zien dat ordenen bij jou een echte kracht is.
Chaos hanteerbaar maken: overzicht, volgorde, afspraken die blijven staan. Dit floreert in situaties waar dit gevraagd wordt en waar je er ruimte voor krijgt. Het kan doorschieten als het de enige manier wordt waarop je een probleem benadert.
Uit je antwoorden komt duidelijk naar voren dat afmaken bij jou een echte kracht is.
Van plan naar af komen, ook als het saai of taai wordt. Dit floreert in situaties waar dit gevraagd wordt en waar je er ruimte voor krijgt. Het kan doorschieten als het de enige manier wordt waarop je een probleem benadert.
Je antwoorden laten consistent zien dat begeleiden bij jou een echte kracht is.
Merken wat iemand nodig heeft en daar iets mee doen. Dit floreert in situaties waar dit gevraagd wordt en waar je er ruimte voor krijgt. Het kan doorschieten als het de enige manier wordt waarop je een probleem benadert.
Uit je antwoorden komt duidelijk naar voren dat doorgronden bij jou een echte kracht is.
Snel de structuur onder een probleem zien en oorzaken van gevolgen scheiden. Dit floreert in situaties waar dit gevraagd wordt en waar je er ruimte voor krijgt. Het kan doorschieten als het de enige manier wordt waarop je een probleem benadert.
Structuur aanbrengen. Ik doe het automatisch en merkte pas dat het bijzonder was toen collega’s ernaar begonnen te vragen.Jouw antwoord op: Waar ben je goed in geworden zonder dat je het echt geprobeerd hebt?
Een collega vroeg me haar projectplan door te lezen, omdat ik volgens haar altijd zie waar de gaten zitten.Jouw antwoord op: Waar vroeg iemand je voor het laatst om hulp, en waarom jou?
Jouw zingeving
Wat betekenis geeft en welke vragen nog openstaan.
Waarom zie ik dit?
Gebaseerd op tien uitspraken over aanwezigheid van betekenis, zoeken naar betekenis, bijdrage en samenhang, plus je eigen antwoorden in tekst.
Betekenis: aanwezigheid en zoeken
Twee losse schalen, geen tegenpolen. Je kunt tegelijk veel betekenis ervaren én actief zoeken. De combinatie zegt meer dan elk cijfer apart.
Toon deze grafiek als tekst
- Aanwezigheid van betekenis
- 42 van 100 (marge ±7). Laag: Ervaart weinig richting. Hoog: Ervaart duidelijke richting.
- Zoeken naar betekenis
- 54 van 100 (marge ±7). Laag: Zoekt op dit moment niet actief. Hoog: Is actief aan het zoeken.
- Bijdrage
- 66 van 100 (marge ±8). Laag: Betekenis zit meer in eigen ervaring. Hoog: Betekenis zit sterk in bijdragen.
- Samenhang
- 41 van 100 (marge ±8). Laag: Voelt fragmentarisch. Hoog: Voelt als één lijn.
Je ervaart op dit moment weinig uitgesproken richting en je bent er ook niet actief naar op zoek. Dat kan betekenen dat andere dingen nu voorgaan. Het is de moeite waard om te merken of dit een keuze is of een gewoonte.
Dat ik mensen verder heb geholpen op een manier die bleef hangen nadat ik weg was.Jouw antwoord op: Waar zou je over twintig jaar met tevredenheid op terug willen kijken?
- Welk thema kwam in je antwoorden meer dan één keer terug?
- Wat zou er moeten veranderen om vaker het gevoel te hebben dat wat je doet ergens toe doet?
Jouw persoonlijkheidsprofiel
Het best onderbouwde deel van dit onderzoek.
Waarom zie ik dit?
Dertig uitspraken, zes per dimensie, met gebalanceerde vraagrichting. De items zijn Nederlandse items in de stijl van de publiek domein IPIP-itempool.
Vijf dimensies
Elke lijn is een schaal, geen hokje. De marge geeft de meetonzekerheid aan: verschillen kleiner dan die marge zijn niet betekenisvol.
Toon deze grafiek als tekst
- Openheid
- 68 van 100 (marge ±7). Laag: Praktisch en vertrouwd. Hoog: Verkennend en abstract.
- Consciëntieusheid
- 71 van 100 (marge ±6). Laag: Flexibel en spontaan. Hoog: Gepland en volhardend.
- Extraversie
- 38 van 100 (marge ±7). Laag: Ingetogen, laadt op in rust. Hoog: Uitbundig, laadt op in contact.
- Meegaandheid
- 68 van 100 (marge ±7). Laag: Kritisch en direct. Hoog: Vriendelijk en meebewegend.
- Emotionele stabiliteit
- 50 van 100 (marge ±7). Laag: Voelt spanning snel en scherp. Hoog: Blijft gelijkmatig onder spanning.
Je antwoorden laten consistent zien dat je vooruit plant, afspraken nakomt en er slecht tegen kunt als iets half blijft liggen.
Je hebt de deadline al in je hoofd voordat iemand ernaar vraagt.
Je antwoorden laten consistent zien dat je van nature naar nieuwe invalshoeken toe beweegt en het lastig vindt om lang bij één vaste aanpak te blijven.
Je begint vaak met een vraag als "en als we het nou eens helemaal anders doen".
Je antwoorden laten consistent zien dat je meebeweegt en het ongemak van een confrontatie liever zelf draagt dan bij een ander legt.
Je hoort jezelf "ja" zeggen terwijl je van binnen aarzelt.
Je gedrag in de omgang
Begrijpelijke taal voor hoe je communiceert en tempo maakt.
Waarom zie ik dit?
Twaalf keuzevragen, twee situaties en vier uitspraken. Alle items zijn origineel; er is geen gebruikgemaakt van een beschermde DISC-vragenlijst.
Je gedragsvoorkeuren
Deze vier verhouden zich tot elkaar: ze tellen samen op tot jouw profiel. Ze zijn niet bedoeld om jouw D te vergelijken met de D van iemand anders.
Toon deze grafiek als tekst
- Stabiliteit (S)
- 57 relatieve voorkeur
- Consciëntieusheid (C)
- 46 relatieve voorkeur
- Invloed (I)
- 10 relatieve voorkeur
- Dominantie (D)
- 9 relatieve voorkeur
Er is een patroon zichtbaar waarin je stabiliteit belangrijk vindt maar mee kunt bewegen.
Je zorgt voor houvast als het onrustig wordt.
Daarnaast is consciëntieusheid (c) bij jou duidelijk aanwezig. De combinatie van die twee bepaalt hoe je overkomt sterker dan elk van beide apart.
Wat je aandrijft
Negen motivatiepatronen als spiegel.
Waarom zie ik dit?
Achttien herkenningsuitspraken en vijf keuzevragen. Alle items zijn origineel.
Herkenning per patroon
Hoe sterk je jezelf herkende in elk van de negen beschrijvingen.
Toon deze grafiek als tekst
- Type 7 — de enthousiasteling
- 65 herkenning
- Type 1 — de perfectionist
- 45 herkenning
- Type 2 — de helper
- 45 herkenning
- Type 5 — de onderzoeker
- 39 herkenning
- Type 4 — de individualist
- 37 herkenning
- Type 3 — de presteerder
- 30 herkenning
- Type 6 — de loyalist
- 30 herkenning
- Type 8 — de uitdager
- 30 herkenning
- Type 9 — de bemiddelaar
- 30 herkenning
Type 7 — de enthousiasteling. Gericht op mogelijkheden, vrijheid, positief houden. Onder spanning verschuift de aandacht naar wat er nog meer mogelijk is, en verdwijnt het huidige. Ruimte ontstaat als je bij iets ongemakkelijks blijft zitten in plaats van door te schakelen.
Type 1 — de perfectionist. Gericht op het goed doen, verbeteren, integriteit. Onder spanning wordt de innerlijke criticus luider en gaan kleine onvolkomenheden zwaarder wegen. Ruimte ontstaat als "goed genoeg" een keer letterlijk mag worden vastgesteld, vooraf.
- Welke van deze beschrijvingen raakte ongemakkelijk dicht bij huis?
- Wat zou er veranderen als de drijfveer achter dat patroon een keer niet leidend was?
Werk en privé
Wat hetzelfde blijft en wat verandert.
Waarom zie ik dit?
Vier situatiematrices, acht uitspraken en twee situaties.
Waar je gedrag verschuift
Dezelfde uitspraak, verschillende situaties. Het verschil tussen de vakjes is de informatie.
| Gedrag | Op werk | Privé | In een nieuwe groep | Bij mensen die ik goed ken | |
|---|---|---|---|---|---|
| Directheid op werk | 25 | 25 | 50 | 50 | |
| Zichtbaarheid in nieuwe groepen | 25 | 25 | 25 | 50 | |
| Grip onder druk | 25 | 50 | 50 | 75 | 75 |
| Conflict opzoeken | 0 | 25 | 25 | 50 | 50 |
Toon deze grafiek als tekst
- Directheid op werk
- Op werk: 25 · Privé: 25 · In een nieuwe groep: 50 · Bij mensen die ik goed ken: 50
- Zichtbaarheid in nieuwe groepen
- Op werk: 25 · Privé: 25 · In een nieuwe groep: 25 · Bij mensen die ik goed ken: 50
- Grip onder druk
- Onder tijdsdruk: 25 · Als het onduidelijk is: 50 · Bij een conflict: 50 · Als het goed gaat: 75 · Na een misser: 75
- Conflict opzoeken
- Onder tijdsdruk: 0 · Als het onduidelijk is: 25 · Bij een conflict: 25 · Als het goed gaat: 50 · Na een misser: 50
Je antwoorden laten consistent zien dat je gedrag op het punt van grip onder druk sterk verschilt per situatie: het sterkst na een misser en het minst onder tijdsdruk.
Zo’n verschil is geen inconsistentie. Het laat zien dat je gedrag reageert op wat de situatie van je vraagt. De vraag is of dat een bewuste keuze is of iets dat je overkomt.
In grote overleggen waar iedereen elkaar de maat neemt.Jouw antwoord op: In welke situatie kost het je de meeste moeite om jezelf te zijn?
Jij onder druk
Wat er gebeurt bij spanning, conflict, tijdsdruk en kritiek.
Waarom zie ik dit?
Gebaseerd op grip onder druk, emotionele stabiliteit, omgaan met fouten en je gedragsvoorkeur.
Je antwoorden laten consistent zien dat je onder druk functioneel blijft maar wel merkt dat het schuurt.
Je antwoorden laten consistent zien dat spanning bij jou merkbaar is maar hanteerbaar blijft.
Je antwoorden wijzen erop dat een fout je even raakt maar niet lang tegenhoudt.
De situatie waarin je het meest je grip verliest is: onder tijdsdruk. Dat is de plek waar het de moeite waard is om vooraf iets af te spreken met jezelf, in plaats van het op te lossen als het zover is.
Onder druk word je stiller en zet je door. Anderen merken pas laat dat het te veel is.
- Wat is het eerste signaal, in je lijf of in je gedrag, dat de spanning oploopt?
- Wie merkt dat eerder dan jij?
Jij in samenwerking
Communicatie, vertrouwen, besluitvorming en conflict.
Waarom zie ik dit?
Gebaseerd op meegaandheid, extraversie, conflictbenadering, feedback ontvangen en je gedragsvoorkeur.
Uit je antwoorden komt duidelijk naar voren dat je meebeweegt en het ongemak van een confrontatie liever zelf draagt dan bij een ander legt.
Je antwoorden laten consistent zien dat je meebeweegt met de groep: soms op de voorgrond, soms bewust niet.
Er is een patroon zichtbaar waarin je een meningsverschil aangaat als het ergens over gaat.
Je zoekt een geschikt moment.
Jouw kracht
Patronen die je consequent laat zien.
Waarom zie ik dit?
De dimensies die het verst boven het midden liggen en waar je antwoorden eenduidig waren.
Uit je antwoorden komt duidelijk naar voren dat je vooruit plant, afspraken nakomt en er slecht tegen kunt als iets half blijft liggen.
Je hebt de deadline al in je hoofd voordat iemand ernaar vraagt.
Je antwoorden laten consistent zien dat je actief om feedback vraagt en er iets mee doet.
Je vraagt na afloop uit jezelf wat er beter had gekund.
De keerzijde van je kracht
Waar hetzelfde gedrag je in de weg gaat zitten.
Een kwaliteit en haar valkuil zijn niet twee dingen. Het is hetzelfde gedrag, gebruikt op een moment dat de situatie er niet om vraagt. Dit is dus geen lijst met gebreken.
Consciëntieusheid: Je kunt jezelf en anderen strakker houden dan de situatie vraagt, en je merkt zelf laat dat je over je grens gaat.
Openheid voor feedback: Je kunt te veel meningen ophalen en daardoor je eigen oordeel kwijtraken.
Ontwikkelgebieden
Waar het je nu iets kost, en wat je zou kunnen proberen.
Waarom zie ik dit?
Gekozen op basis van dimensies waar de keerzijde het meest waarschijnlijk speelt, niet op basis van lage scores.
Dit zijn geen gebreken. Het zijn plekken waar je gedrag je op dit moment iets kost, met de situatie erbij waarin dat gebeurt.
Blinde vlekken
Hypotheses om te toetsen, geen conclusies.
Je schatte dat ongeveer 60 procent van je antwoorden aan een uiterste zat; feitelijk was dat 2 procent. Zo’n verschil zegt niets over hoe goed je jezelf kent, maar het is wel een aanleiding om te toetsen of je jezelf stelliger of juist genuanceerder inschat dan je bent.
Mogelijke blinde vlek: je beweegt makkelijk mee en gaat een meningsverschil niet snel aan. De kans bestaat dat mensen om je heen niet weten waar je staat, terwijl jij het gevoel hebt dat je duidelijk bent geweest. Dit is een hypothese; vraag het na.
Hoe anderen jou kunnen ervaren
Het verschil tussen wat je bedoelt en wat er aankomt.
Intentie en effect zijn twee verschillende dingen. Hieronder staat hoe gedrag dat bij jou uit goede bedoelingen komt, bij anderen kan landen. Dat is geen oordeel over jou en ook geen oordeel over hen.
Dominantie (D): Anderen kunnen je ruimte lezen als afwezigheid van een mening.
Consciëntieusheid: Anderen kunnen je ervaren als veeleisend, ook als je dat alleen voor jezelf bedoelt.
Handleiding voor mij
Een pagina die Sophie de Vries kan delen met een partner, collega of leidinggevende.
Waarom zie ik dit?
Afgeleid uit je persoonlijkheidsprofiel, gedragsvoorkeur, talentsignalen en hoe je feedback ontvangt.
Ontwikkelplan
Klein, concreet en gedragsmatig. Kies er één, niet alle.
Waarom zie ik dit?
Afgeleid uit de ontwikkelgebieden hierboven, geordend op 30, 60 en 90 dagen.
Invloed (I): een tandje meer
60 dagenConsciëntieusheid: een tandje minder
90 dagenReflectievragen
Om alleen te overdenken, of te bespreken met iemand die je vertrouwt.
- Wat in dit rapport herkende je meteen, en wat kostte moeite om te lezen?
- Welke uitspraak zou iemand die je goed kent bevestigen, en welke zou hij tegenspreken?
- Waar in je week komt de spanning tussen prestatie en zorgzaamheid het vaakst voor?
- Waar in je huidige werk gebruik je ordenen nog nauwelijks?
- Als je over zes maanden dit onderzoek opnieuw doet, wat hoop je dan dat er anders is?
Wetenschappelijke verantwoording
Wat is gebruikt, wat het waard is, en waar de grenzen liggen.
Niet alle onderdelen van dit onderzoek zijn even sterk onderbouwd. Dat is geen verborgen zwakte maar een keuze: je krijgt de modellen waar je om vraagt, met de status die het onderzoek ze geeft.